slide 1

                            

 

 

                                                                                                                                                                   WelkomOpDeWebsite 

 

                                                                                                                          

                                                                                                                                                                                            

 

 

               

                                                                  

 

slide 2

 

 

EenKoepelVoorOrganisaties

                                                                                 

 

                                                                                                                                                                                                              
 

 

                                

     

                      

                                                                                                                                    
 

slide 3

 

 

 

 

 

blauwenkerken              

 

 

 

               

slide 4

 

 

 

 

 

                                                                                                                      GebedsbijlageIntercomSAmen

 

 

   

 

 

 

      

                                                                                           

                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                              

slide 5

 

 

deelvandeontmoetingsdagenRoos

Opnieuw erkenningen lokale geloofsgemeenschappen

InterCom211208 ErkenningParochiesLQNieuw decreet legt voorwaarden en procedures vast

Na een jarenlange stilstand, is de trein van de erkenningen terug vertrokken. Een TGV kan het zeker niet genoemd worden (er is immers eerst nog een , maar toch: er is beweging. In 2017 was die abrupt tot stilstand gekomen toen de Vlaamse regering besliste om voor de plaatselijke geloofsgemeenschappen een erkenningsstop af te kondigen. Inmiddels werkte de bevoegde minister een nieuwe wet uit die de puntjes op die i zet wat betreft de voorwaarden waaraan plaatselijke kerken, maar ook moskeeën of synagoges, aan moeten voldoen om een beroep te kunnen doen op de financiële stromen die de overheid ter beschikking stelt. De grote lijnen van het decreet lagen al een tijd vast, maar over de laatste details werd nog uitgebreid gedebatteerd. De nieuwe regels zijn duidelijker, maar ook strenger – en niet zonder reden.

De Belgische Grondwet kent geen uitdrukkelijke scheiding van kerk en staat. Toch is de feitelijke toestand dat religie zich niet met de overheid bemoeit, en de overheid zich terughoudend opstelt als het gaat over de erediensten. Belangrijkste uitzondering is de financiering: de staat betaalt de ‘bedienaars van de eredienst’, zolang een plaatselijke kerk een officiële erkenning heeft, en er zijn nog andere tegemoetkomingen voorzien. Een groot deel van de geschiedenis van België gingen de erkenningen vrijwel uitsluitend over de Rooms-katholieke kerken. Dat leverde zelden problemen op: de politiek werd immers gedomineerd door de katholieke partij en het overgrote deel van de burgers beschouwde zich trouw lid van de kerk. Het godsdienstige plaatje van vandaag ziet er heel anders uit: veel kerken lopen leeg, naast het christendom is er nu een sterke aanwezigheid van de islam. De voortschrijdende ontkerkelijking zorgt er voor dat de meesten de band met de kerk verbroken hebben, en geregeld wordt de vraag gesteld of levensbeschouwing iets is dat door subsidies ondersteund moet worden. Dat wetteksten worden aangepast is derhalve een logisch gevolg.

In zijn voorwoord bij het infodossier rond de erkenning verdedigt de bevoegde minister Bart Somers de band tussen de overheid en de lokale geloofsgemeenschappen door zijn overtuiging te delen dat ‘een dialoog van vertrouwen de voorkeur geniet op de afwezigheid van elke vorm van contact’. Hij voegt daar als persoonlijke noot aan toe: “Ikzelf kijk als Vlaams Minister Binnenlands Bestuur alvast uit naar een versterkt en constructief partnerschap. Om samen het maatschappelijk vertrouwen in onze geloofsgemeenschappen te voeden. De beeldvorming te verbeteren. De positieve impact op het samenleven te versterken.”

Vertrouwen?
Wie het decreet leest, en iets van de achtergrond af weet, krijgt sterk de indruk dat de tekst geschreven werd met de moslims voor ogen. Uiteindelijk was een belangrijke reden dat indertijd besloten werd om (tijdelijk) geen nieuwe geloofsgemeenschappen meer te erkennen, de vrees dat sommige kandidaten te extremistisch waren om in het systeem mee te draaien. Het vermoeden dat een aantal plaatselijke groepen aan een sterke buitenlandse invloed onderhevig waren, maakte dat de pauzeknop werd ingedrukt. Zo staat er nu bij de erkenningsvoorwaarden te lezen dat een lokale gemeenschap geen ‘financiering of ondersteuning die rechtstreeks of onrechtstreeks verband houdt met terrorisme, extremisme, spionage of clandestiene inmenging’ mag ontvangen. In het bijbehorende infodossier wordt vijf keer expliciet verwezen naar terrorisme, wat de indruk kan geven dat religie en terrorisme aan elkaar verwant zijn.

Een tweede punt dat sterk wordt benadrukt is het verbod op discriminatie. Dat wordt op verschillende manieren uitgewerkt: de erkende gemeenschappen worden verplicht om in ‘geen geval, op welke wijze dan ook, medewerking te verlenen aan activiteiten die aanzetten tot discriminatie, haat of geweld jegens een persoon, een groep, een gemeenschap of leden ervan’. Daaraan wordt verplichting gekoppeld om alle redelijke inspanningen te ondernemen om personen die wel aanzetten tot discriminatie te weren uit het bestuur en hen de toegang tot de lokalen van de geloofsgemeenschap te ontzeggen. Ook mogen alleen bedienaars van de eredienst aangesteld worden die voldoende geïntegreerd zijn en is het verboden dat ze bezoldigd worden door een buitenlandse overheid. Dit soort voorwaarden roept associaties op met de vele berichten in de media rond de invloed van moslimlanden in een aantal moskeeën in ons land. Dat de overheid geen extremistische inmenging wil via godsdienstige gemeenschappen valt te begrijpen, maar het is jammer dat in het decreet het probleem van moslimfundamentalisme zo sterk naar voren komt. Of de Vlaamse Regering het op een andere manier kan aanpakken, is natuurlijk ook de vraag, want de onpartijdigheid van de overheid laat niet toe dat een decreet voor één specifieke religie wordt geschreven. Toch kan men zich afvragen of het probleem van extremisme niet op een andere manier had kunnen worden aangepakt.

Goede buren
De erkenningsvoorwaarden gaan niet exclusief over zaken als terrorisme, discriminatie en integratie. Een hoeksteen van het beleid is ook de relatie die de kerk, moskee of synagoge heeft met de omgeving. Het infodossier zegt daarover: ‘De lokale geloofsgemeenschap respecteert het principe van goed nabuurschap en onderhoudt duurzame contacten met de lokale gemeenschap waar de eredienstgebouwen gelegen zijn.’  Een goede relatie met de bewoners in de onmiddellijke omgeving zou een vanzelfsprekendheid moeten zijn – het versterkt de sociale cohesie, aldus het dossier - maar het is ook niet onlogisch als er zich spanningen voordoen. In de diverse hedendaagse maatschappij leven mensen met verschillende levensbeschouwingen naast elkaar en kunnen activiteiten van geloofsgemeenschappen hinder opleveren. De omgang met de buurt zal ook geëvalueerd worden. Daarbij worden suggesties gedaan als de buren informeren over geplande religieuze plechtigheden en activiteiten, overlegmomenten organiseren, en het Nederlands in de communicatie gebruiken. Het nieuwe decreet legt ook regels vast omtrent het contact met de lokale overheid en roept op tot een open en constructieve houding met het gemeentebestuur, de burgemeester en de gemeentelijke administratie. Dat is niet vrijblijvend: ‘De gemeente oordeelt hierover en geeft advies aan de minister, rekening houdend met de lokale context. Een formele basis voor overleg en samenspraak is hier van belang.’ De lokale gemeenschap wordt verondersteld op uitnodigingen van de overheid in te gaan en te zorgen voor een open en constructieve communicatie.

Het decreet voorziet ook in een objectieve vereiste wat betreft de minimumomvang van de gemeenschap: wie een erkenning aanvraagt zal, zeker tegen het einde van de wachtperiode (die 4 jaar duurt), minstens 200 leden moeten hebben. De representatieve instelling van de erediensten zullen zelf kunnen vastleggen wat de voorwaarden voor lidmaatschap zijn en zullen aan de minister laten weten of aan het criterium voldaan is. Rekening houdend met de vrijheid van godsdienst vereist de staat geen register van de leden – of iemand gelooft en wat zijn of haar overtuiging is, is geen zaak voor de overheid.

Giftenregister
Aangezien er financiële voordelen aan een erkenning als lokale geloofsgemeenschap verbonden zijn, bevat het nieuwe decreet ook een reeks voorwaarden. Wie een erkenning wil aanvragen, moet in de eerste plaats bewijzen dat er een gezonde financiële structuur is. Met andere woorden ze moet financieel leefbaar zijn en zelf in staat zijn voldoende geld bijeen te brengen – uit eigen middens. De Vlaamse overheid wil dat de onafhankelijkheid van de geloofsgemeenschap gegarandeerd blijft, en verbiedt daarom buitenlandse financiële inbreng die de kerk of moskee dienstbaar zouden maken aan anderen, en in het bijzonder buitenlandse overheden. Leidinggevenden mogen niet op die manier onderhouden worden. Financiële transparantie is ook een must: zowel de jaarrekening als de begroting moeten worden ingediend om een oordeel te kunnen geven aangaande de financiële stromen. In het bijzonder is er voortaan ook een giftenregister vereist, waarin staat wie bijdragen leveren in het geval het om meer dan 1000 euro per jaar gaat. Dat kan om bankverrichtingen gaan, maar ook om bijdragen in natura of schenkingen in contanten. Het valt af te wachten in hoeverre ‘milde schenkers’ die rapportage op prijs stellen en of dat een effect gaat hebben op de bereidwilligheid om te geven …

Wat met bestaande erkenningen?
Er is discussie geweest over de vraag of de nieuwe bepalingen ook effect hebben op bestaande erkenningen. De meeste regels gelden voor iedereen met onmiddellijke ingang. Om zich aan te passen aan de nieuwe voorwaarden, krijgen kerken, moskeeën en synagogen die reeds erkend zijn, een overgangsperiode. Voor een aantal zaken geldt er een overgangstermijn van 1 jaar. Op die manier hebben de lokale gemeenschappen, alsmede de representatieve organen, de tijd om de nodige documenten op te stellen. Verwacht mag worden dat de prioriteit van controle in de eerste plaats op de nieuwe aanvragen toegepast gaat worden. Toezichters zullen wel over uitgebreide bevoegdheden beschikken: ‘De personeelsleden van de bevoegde instantie hebben zonder voorafgaande aankondiging toegang tot de gebouwen bestemd voor de uitoefening van de eredienst, de ruimtes en de infrastructuur die het bestuur van de eredienst gebruikt of die de lokale geloofsgemeenschap gebruikt tijdens de wachtperiode, met uitzondering van de gebouwen en ruimtes die exclusief bestemd zijn als private woning (…) De personeelsleden van de bevoegde instantie kunnen inlichtingen vorderen van iedere persoon die betrokken is bij of kennis heeft of kan hebben van de feiten die worden gecontroleerd. Ze kunnen zonder voorafgaande waarschuwing de onmiddellijke voorlegging vorderen van alle informatie , documenten ongeacht de aard ervan en informatiedragers in geschreven, digitale of analoge vorm’.

Na een jarenlange onduidelijkheid over het al dan niet erkennen van plaatselijke geloofsgemeenschappen, is er nu weer rechtszekerheid. Wie als lokale gemeenschap erkend wil worden, weet waar hij aan toe is. De voordelen van de erkenning zullen ongetwijfeld veel mensen aanspreken, maar, zoals minister Somers het zelf aangeeft: “Dit hernieuwde partnerschap is uiteraard niet vrijblijvend. (…) De plichten die hier tegenover staan, worden aangescherpt. Denk maar aan de grenzen van buitenlandse financiering en de om eis om transparantie en de garantie op het respecteren van het Europees Verdrag van de Rechten van de Mens.” De Vlaamse Regering beschouwt het nieuwe decreet als een   belangrijke positieve stap voorwaarts. Voor lokale gemeenschappen die al lang wachten op erkenning, zit er nu weer schot in de zaak en nieuwe gemeenschappen die erkend willen worden, weten nu weer waar ze aan toe zijn.

(Bron: Belgisch Staatsblad, Vlaamse Regering)

Nieuwsbrief